hemelbestormers

5500fa829b3fd3.86551016

 

Hemelbestormers. Atheïsme in de klassieke oudheid
Tim Whitmarsh (2016)
Ambo | Anthos
367 pagina’s, € 23,99

God is een atheïst
Amsterdam, 22 april 2016

Als God bestaat dan moet God een atheïst zijn. Want alleen God weet dat er niets is tussen hemel en aarde dan God zelf. Wij stervelingen moeten het helaas doen met twijfel en onzekerheid. God kan wel bestaan. God kan niet bestaan.

God kan wel bestaan. God kan niet bestaan. In zekere zin bestaat God want als God niet zou bestaan zouden we geen gesprek over God kunnen voeren. Maar voor het overige lijkt God vooral te schitteren door afwezigheid, voornamelijk doordat God zich slecht laat observeren, in elk geval niet – in zoverre wij weten – met behulp van verrekijkers en microscopen.

Gelovigen, twijfelaars, sceptici, afwijzenden, fanatici en ontkenners mogen elkaar in de haren vliegen over het wel of niet bestaan van God; vaststaat dat niemand de wijsheid in pacht heeft. God kan wel bestaan. God kan niet bestaan.

Tim Whitmarsh beschrijft in Hemelbestormes hoe deze discussie letterlijk ouder is dan de weg naar Rome. En dat er in de klassieke oudheid ook atheïsten waren die zich niet konden overtuigen van het bestaan van Goden, meervoud.

Hoewel ook toentertijd de sociale voorkeur uit ging naar gelovigen of op zijn minst agnosten, deden de Grieken uit de klassieke oudheid niet zo moeilijk over die atheïsten. Het Griekse pantheon van Goden, met hun omvangrijke familie van semi-, half- en sub-Goden die maar al te menselijk gedrag aan de dag legden, maakte dat de Griekse samenleving zich sowieso niet liet gijzelen door Goddelijke intimidatie.

Het leven in de Griekse oudheid was integendeel behoorlijk seculier. Er werd geleefd met de Goden, niet zo zeer voor de Goden. Een groot verschil met latere monotheïstische godsdiensten, waar Gods wet dé wet was die bepaalde hoe mensen hun leven moesten leiden en hoe ze de samenleving moesten inrichten, oorlogvoeren incluis.

Hemelbestormers is een pittige tekst. ‘Een langzaam rijdende goederentrein volgeladen met mythes, geschiedenis, feiten, filosofie en anekdotes,’ zegt een lid van de leesclub. ‘Huiswerk,’ zegt een ander lid. ‘Een bron van inzichten,’ oppert een derde lid, die gaandeweg het lezen heeft bedacht dat zijns inziens atheïsten niet zo zeer ageren tegen het bestaan van God als wel tegen de strikte en voorschrijvende politieke machtssysteem die zeggen God te vertegenwoordigen met dogma’s en doctrines.

‘Bovendien’, heeft hij ontdekt, ‘zijn het vooral religies die een boek centraal stellen, het Woord van God in de Bijbel, Thora of Koran, die atheïsten op hun achterste benen doet staan, misschien wel omdat atheïsten in deze religies het hardst worden beoordeeld.’ Bespeuren we hier een correlatie?

Niet noodzakelijk. Want atheïsten waren er dus ook, bewijst Whitmarsh, toen religie meer een orale traditie was en meerdere Goden de lakens uitdeelden terwijl ze soms met elkaar overhoop lagen. Atheïsme is geen uitvinding van de Verlichting, beargumenteert Whitmarsh aldus. Een nederig stemmende reality check voor alle hedendaagse ‘we zijn het brein’-atheïsten die denken het wiel opnieuw te hebben uitgevonden.

Wie gelooft in God? Wie gelooft in misschien? Wie gelooft in niks, nada, nul, noppes? Maakt het uit wat je gelooft? Maakt het uit of God wel of niet bestaat? Waar gelovigen én atheïsten elkaar vinden is in de overtuiging dat het leven heilig is (‘waardevol’, zal een atheïst corrigeren) en dat liefde, waardigheid, saamhorigheid, vriendschap, ontwikkeling, spel en vrede daar een belangrijke rol in spelen.

In dit opzicht is het al dan niet bestaan van God niet ter zake doende. Wie streeft naar het Goede Leven zal worden beloond met het Goede Leven. Wie het verraadt zal lijden onder consequenties, dan wel in de gevangenis, op de sofa bij de psycholoog en/of in het hiernamaals. Waar gelovigen en atheïsten elkaar verliezen is in de strategie, in de keuze voor de middelen die het doel heiligen.

 

Overigens is het moeilijk om een afbeelding van God te vinden die niet een wuivende man met baard laat zien, een sterrenhemel of een wolkenlucht met doorbrekende zonnestralen. Deze tekening van William Blake toont ook een man met baard (en zonnestralen) maar is toch interessant omdat de man zo geconcentreerd aan het werk/scheppen is.

Europe_a_Prophecy,_copy_D,_object_1_(Bentley_1,_Erdman_i,_Keynes_i)_British_Museum

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s