Kunst bij de warme bakker

Social Practice in Amsterdam-Noord

Teresa van Twuijver over  Noord (II): een expeditie  (2013)

Kunstroute Noord (II): een expeditie, naar een concept van Femke Egas, opent begin september 2013 in Amsterdam-Noord en lijkt een zoektocht naar locatiekunst met verrassingseffect die de woonwijk in een ander licht stelt. Maar is dit experiment een voorbeeld van Social Practice? 

map2

Voor de reclamerekken met zakken pasta ligt op de terracotta tegelvloer een fragiel ogende kleisculptuur. Klanten in de krappe supermarktpaden moeten uitkijken dat ze er niet tegenaan lopen, de kans is groot dat ze er glad overheen kijken. Het betreffende kunstwerk heet Fox/Mouse/Belt en is gemaakt door Mark Manders, die het werk tijdens de laatste Venetië Biënnale niet installeert in zijn megalomane paviljoen op het festivalterrein maar in een doodnormale minimarkt aan de Via Garibaldi. Met deze schijnbaar onopvallende interventie schreeuwt Manders met stille stem een radicaal statement van de daken: kunst hoort bij het dagelijks leven, als tomaten en olijfolie, en iedereen zou er vanzelfsprekend mee in aanraking moeten komen, niet alleen de professionals, de verzamelaars en de subsidiefondsen maar alle inwoners van een stad die een wereldberoemde kunstmanifestatie accommodeert.

Kunst in actie

Manders’ interventie is de verkondiging van een artistieke beweging die zich verplaatst van de heilige kunsttempel naar het alledaagse marktplein. Social Practice als nieuwe kunstdiscipline stelt zich niet als taak om diepzinnig te reflecteren op een maatschappij en de bevindingen te vertalen naar indrukwekkende visuele beelden in een gerenommeerd (doch afgezonderd) instituut. Veel eerder gebruikt deze vorm van kunst maatschappelijke feiten en fenomenen als ruw materiaal, om vervolgens artistieke projecten te initiëren die direct en ter plekke worden gepresenteerd en plaatsvinden. Dit gaat een stap verder dan Manders‘ vos, muis en riem: de kunstenaar stelt zich niet langer op als observator en beschouwer, als outsider, maar ook als stakeholder en deelnemer, als insider. Geen aanwijzend voorwerp maar meewerkend. Waar het kunstinstituut een sacrale ruimte biedt voor esthetische contemplatie, daar is Social Practice de ‘kerk in actie’, het diaconaat dat er niet voor terugschrikt om pastoraal werk te verrichten te midden van de kudde. Minimale consumptie: 2 stuks en 200 gram per dag. Of: één pak gedroogde spaghetti in een voordeelpak en twee gedroogde kleisculpturen samengebonden met een riem.

markmandersbiennale
Fox/Mouse/Belt van Mark Manders in de Venetiaanse avondwinkel.

En dus verschijnen er artistieke uitingen als fremdkörpers in een publieke omgeving die wordt gedomineerd door corporate brands, overheden en media. Social Practice-projecten zijn vaak procesmatige werken die een breed publiek aangaan, die ontstaan vanuit de context van een bepaalde publieke ruimte en de mensen die er leven, of een zekere situatie of toestand. Veel kunstprojecten binnen de Social Practice sturen aan op participatie, dialoog en sociaal-politiek bewustzijn. Bovenal zijn de kunstwerken bedoeld om betrokkenen en belangstellenden attent te maken op de omgeving, om dagelijkse omstandigheden te beschouwen vanuit een ander perspectief met de percepties van een kunstenaar, en hen daarmee instrumenten te geven voor eigen initiatief en verandering – om, in andere woorden, unknown knowns bloot te leggen en ruimte te scheppen voor het drukken van een autonoom stempel op de buurt, los van de opgelegde buitenreclame, architecturale inrichting en beeldvormingen van corporate brands, overheden en media. Empowerment en engagement zijn zowel de inzet als het resultaat van Social Practice-projecten.

(Her)vitalisatie door visuele beelden

In deze lijn maakte Paul Chan in New Orleans, samen met bewoners uit de stad, de theatervoorstelling Waiting for Godot, een jaar na de verwoestende orkaan Katrina. Zijn voorstelling benadrukte de stilte na de storm die letterlijk voelbaar was in de stad, met name door het gebrek aan economische bedrijvigheid. Chemi Rosado Seijo schilderde voor zijn werk El Cerro het gros van de huizen in Naranjito, een verloederd bergplaatsje in Puerto Rico, groen – in de kleuren van de helling waartegen de huizen zijn gebouwd. De bewoners putten uit de hernieuwde schoonheid van hun dorp een nieuw soort waardigheid. Martijn Engelbregt deed met de interactieve onderzoeksexpositie Beter onderzoek naar de effectiviteit van kunst (en placebokunst) in de gezondheidszorg. Jeanne van Heeswijk creëerde op diverse plekken in Nederland een gebeurtenis of gebied waar mensen konden stilstaan bij ontwikkelingen in de lokale ruimtelijke ordening of actief konden bijdragen aan het ontwerp daarvan. En met Filezwaaien bracht Lino Hellings onder het mom van ‘wat beweegt ons?’ het collectieve chagrijn in de maandagochtendspits naar beneden.

filezwaaien
Filezwaaien van Lino Hellings.

Op deze manier intervenieert de kunstroute Noord (II): een expeditie niet. Centraal staat veeleerder de traditionele – postmoderne – opdracht voor kunstenaars om de befaamde huh?-ervaring te bewerkstelligen, het reflectieve moment voor de niet-kunstenaar dat zijn of haar gewoonteblindheid voor de vertrouwde omgeving doet wegvallen om kortstondig een sublieme wereld van inzicht te openbaren. In de afzonderlijke werken worden hierover interessante en essentiële vragen gesteld. Hoe ‘autonoom’ kan kunst in de publieke ruimte zijn? Hoe blijft kunst herkenbaar als ‘kunst’ zonder het kader van de museale context? Waar bevindt zich ‘het publiek’? En ook: hoe vertaalt een kunstenaar de realiteiten van een doorsnee Nederlands leefgebied? Welke blik laat hij of zij gaan over de publieke ruimte en kunnen voortkomende uitingen ervoor zorgen dat bewoners zich tot deze visie kunnen verhouden? De route presenteert een mengeling van media: installaties, tekeningen, fotografie en mixed-media in de Roze Tanker, het Museum Amsterdam Noord en de Noorderparkkamer worden afgewisseld met een interventie op de pont, een interactieve game plus app in de virtuele openbare ruimte en een relationeel participatiewerk bij een lokale bakker. Wie ogen heeft om te zien (en oren om te horen, plus een smartphone op zak) kan zich verheugen op een paar juweeltjes van inventieve kunst – helemaal speciaal voor de gelegenheid gemaakt. Social Practice speelt als conceptueel uitgangspunt voor de expositie echter geen rol en eigenlijk is dat jammer voor kunst op locatie, in principe voor alle kunst die zich wil manifesteren buiten de bekende en erkende culturele paden. ‘Dat wat leeft onder mensen die ergens leven’ is een rijk vertrekpunt voor artistiek onderzoek. De Cantataxi-rondleiding (met eigenaar-bestuurder en bezoeker-bijrijder) komt, bijkans maar onbedoeld, nog het meest in de buurt.

noord1
Cantataxi’s tijdens de opening van Noord (II): een expeditie. Bestuurders zijn eigenaar van de Canta, bijrijders zijn bezoekers van de expositie.

noord2

Geluidwerk van Robbert Weide tijdens Noord (II): een expeditie.

Oefenterrein Noord

Amsterdam-Noord is een plek waar speels en effectief wordt geëxperimenteerd met Social Practice, niet toevallig omdat het gebied cultureel gezien braakliggend terrein is. Braakliggend terrein biedt vaak een vruchtbare humuslaag waar innovatie kan wortelschieten. In Amsterdam-Noord kunnen redelijk veilig nieuwe kunstvormen worden uitgeprobeerd zonder dat er meteen bezoekersaantallen (lees: gemeentesubsidies) vanaf hangen. (Kunstorganisaties in Amsterdam-Noord hoeven althans geen Alzheimerpatiënten te verzoeken de bezoekersaantallen omhoog te krikken, maar dit terzijde). Het initiatief Broedstraten is een voorbeeld van kunst die de wijk neemt: vijf themastraten maken zich hard voor ‘kunst in bedrijf’ die reikt van gentrifaction van achterstandsgebieden tot het samenbrengen van bewoners en new business. Gemeenschappelijke moestuinen, buurtopera’s, naaiateliers, leesclubs, flexateliers, culturele markten: overal in Amsterdam-Noord laten kunstenaars zien wat Social Practice kan betekenen, zowel voor hun kunstpraktijk, het straatbeeld en het verspreiden van kunst als toegankelijk en dagelijks fenomeen, als voor het latent vermogen van iemand die nog nooit een stap in een museum heeft gezet om toch een esthetische ervaring te beleven. En die ‘iemand’ is in Noord de gemiddelde bewoner. In Amsterdam-Noord ligt de kunst soms vrij letterlijk op straat, voor wie ogen heeft om te kijken en oren heeft om te horen. Pas met de komst van EYE, het nieuwe Filmmuseum, wagen kunstminnende Amsterdammers af en toe de Grote Oversteek naar de andere IJ-oever.  Noord (II): een expeditie is in deze zin effectief omdat het de kunstminnende Amsterdammers verder de wijk in wil lokken. De hardcore kunstprofessionals kunnen er fantastische ontdekkingen doen zodra zij hun ruggen eens naar de andere kant van de stad draaiden: vanaf het centrum zijn de kunstprojecten in Amsterdam-Noord lastig waarneembaar.
presentatie2 winkel1
‘Buurtbroodje’ i.s.m. Echte Bakker Isken en bewoners in de Latherus- en Nigellebuurt voor Noord (II): een expeditie. Basis voor het ontwerp van Buurtbroodje zijn kunstwerken gemaakt door ‘burgerkunstenaars’ die hebben deelgenomen aan de Buurtbroodje-workshops. Het broodje is tijdelijk te koop in de bakkerswinkel (Latherusstraat 76) waar tevens een ‘museale’ presentatie van de burgerkunstwerken is ingericht. Buurtbroodje kost 80 cent en is daarmee met stip het goedkoopste kunstwerk van Nederland.

In de voetsporen van Mike Kelley – maar dan heus

En dit vat meteen een ander probleem samen. Hoe herken je een kunstwerk dat wordt gemaakt vanuit een Social Practice? ‘Het is kunst want het ziet eruit als kunst’ lijkt het heersende adagium en kunst die eruit ziet als kunst is nog altijd te vinden in het museum. Toch slaat het museum in deze denkwijze soms de plank mis, zoals het Stedelijk Museum deed met de overzichtsvoorstelling van Mike Kelley. Het is fair om te beweren dat Mike Kelley twee keer is overleden: één keer in zijn woning in South Pasadena en één keer in zijn retrospectief in Amsterdam. Mike Kelley was, avant la lettre, een kunstenaar in Social Practice. Hij werkte voor, in en met gemeenschappen en stelde vlak voor zijn dood zelfs te boek dat zijn werk niet geschikt is voor museale presentatie. Zijn werk moest vindbaar zijn op de plek waar hij het maakte en waarvoor hij het maakte. Inderdaad verloor Mike Kelley‘s werk in de neutrale vitrine van het Stedelijk Museum veel, zo niet bijna alles van haar vitaliteit en van de menselijke viezigheid die zijn kunst nu juist zo sterk en ontroerend maakt. Had het Stedelijk Museum de visie en het lef gehad om voor deze specifieke tentoonstelling een filiaal in Amsterdam-Noord te openen, dan had zij wellicht gepaster eer aan de kunstenaar betoond. Maar de wijk nemen vergt onorthodoxe moed, inclusief de baldadige hackersmentaliteit dat alle codes kunnen worden gekraakt, ook die van de ‘hoogmis’ van het museale retrospectief. Het is aan kunstenaars om deze dappere en misschien noodzakelijke stap te zetten in veranderende tijden. Veel te verliezen hebben ze niet: het gros van de subsidies, toelages en stipendia zijn wegbezuinigd. De instituten kunnen zich vervolgens buigen over een grondige herziening van het kunsteducatiebeleid, zodat ‘het publiek’ leert dat een kunstuiting buiten de museumcontext even betekenisvol, kwalitatief en indrukwekkend kan zijn als erbinnen – zoals Mark Manders in de minimarkt al aangeeft. 

 mike kelley copy
Mike Kelley’s installatie zwaait naar de overkant.

Noord (II): een expeditie

OPENINGSTIJDEN EN DEELNEMERS
Zaterdag 7 t/m zondag 22 september, open van donderdag tot en met zondag van 10.00 tot 20.00 uur
Opening zaterdag 7 september

Concept, samenstelling en artistieke leiding: Femke Egas
Deelnemende kunstenaars: Raul Balai en Femi Dawkins, Allard Boterenbrood, Femke Egas, Marieke Gelissen, Maartje van den Heuvel, Anne-Marie van Meel, Nora Tinholt en Toru Fujimoto, Jan van der Ploeg, Luis Rodil-Fernández, ‘Rutger’, Teresa van Twuijver, Mieke Teelen, Inge Thoes, Isis Verberk, Esther Verhamme, Eelco Wagenaar, Robbert Weide

Kijk voor meer informatie over de kunstwerken en locaties op http://www.kunstinnoord.nl.

SAMENWERKING MET ANDERE FESTIVALS
Noord (II): een expeditie werkt samen met de eendaagse augmented reality-show ZO NIET, DAN TOCH (5 september) en het NOORDERPARKFESTIVAL (8 september).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s