deverdwijningvanedithfrank

Inzending voor de Boekenweek Schrijfwedstrijd 2016 onder de titel ‘Urlaubstag’. Gekozen als een van de 50 genomineerde verhalen. Zie ook www.nederland-schrijft.nl.

 

Maandag, de tweede dag van de week. Wanneer ze opstaat hamert de regen krachtig tegen de balkonspijlen. Ruth strijkt over haar gespannen zwangere buik en besluit: vandaag ziet er zo somber uit dat we er wat extra’s van gaan maken. Heute feiern wir ein Deutscher Urlaubstag. Niemand hoeft Nederlands te spreken en we doen net alsof het Merwedeplein in Berlijn ligt. Ik ga Kuchen maken en kersenjam.

‘Hanneli, haal jij de keukenweegschaal even terug bij Frau Frank?’

Ze schuift haar gezwollen voeten in de uitgelopen zomerslippers die ze al jaren heeft. Witte sandaaltjes met een rood bloemknopje van gevouwen leer bij de teen. Ze kocht ze bij modehuis Gerzon, om de hoek van Unter den Linden. Wie had toen gedacht dat ze vandaag in Amsterdam zou wonen, dat zij een derde kind zou verwachten en dat Hans duizenden gevluchte landgenoten aan een visum zou helpen, tegen zo’n laag tarief dat we binnenkort misschien moeten verhuizen naar een goedkoper adres. Maar waar? We kunnen nergens heen.

Ze transporteert zich naar de keuken en plukt een kers uit het emaillen vergiet. Ze pakt de zak met suiker, de pot met bloem, het flesje Opekta geleimiddel en zet ze op het aanrecht. Melk en boter rechts. Ze steekt de vrucht in haar mond en trekt voor het spiegeltje een grijze haar uit. Deze verschrikkelijke oorlog ook. Al die verhalen uit Duitsland. De razzia’s. Steeds meer buren verdwijnen. We zijn niet welkom hier, zie je wel, ik heb me nooit veilig gevoeld. De Amsterdamse politie is beter bewapend dan het Nederlandse leger. Moet ik straks sterren naaien op babytruitjes?

‘Muti.’

Ze draait haar hoofd naar Hanneli. Wat wordt ze lang. Wat is ze dun.

‘Muti, de Franks zijn weg.’ (Mauthausen!)

Ruth pakt de weegschaal uit de boze handen van haar oudste dochter en begrijpt niet wat ze hoort. (Mauthausen, Mauthausen!) Ze houdt haar stem in bedwang.

‘Hannelichen, wat bedoel je, weg? Hannelichen!’

Ze roept haar oudste kind na. Haar nieuwste kind bonkt tegen de binnenwanden van haar baarmoeder. Hanneli is zo’n gevoelig meisje, deze verschrikkelijke oorlog ook. Ze laat zich vallen op de keukenkruk. Edith vertrokken. Onmogelijk. Weggegaan? Weggevoerd? Weggevlucht? Otto! De kinderen! Hoezo dan? Wanneer dan? Ze sprak haar gisteravond nog aan de telefoon. Edith bedankte haar opgewekt voor het lenen van de keukenweegschaal, de verjaardag van Anne was een vrolijk succes geweest en de taarten waren allemaal gelukt.

Weg. Tegenwoordig is iedereen ineens weg. Haar lieve vriendin Edith, die toch al leed aan heimwee en somberheid. Zo maar verdwenen. Je kunt beter thuis sterven, op de bank of in het kraambed of zo. Een gewoon einde aan een gewoon mensenleven.

‘Ik moet aan de baby denken.’

Met een geknepen zucht zet ze haar koffiekopje neer en zegt tegen haar buik dat Edith haar negentigste verjaardag zal vieren ergens in Zuid-Amerika of in Zwitserland. Vandaag vieren we feest voor de Franks, voor de Goslars en voor ons allemaal. Ze kijkt door het keukenraam. Zie je wel, geen regenbui is voor altijd. Ze trekt de weegschaal naar zich toe en strooit er suiker in.

 

Advertenties