Amsterdam, 20 maart 2017 •

Ineens stuitte ik tijdens mijn gewoonlijke zondagmiddagwandeling op een braakliggend terrein vlak achter mijn huis. Een ‘landje’ van zeker drie voetbalvelden groot waar iemand een bank heeft neergezet in het mulle zand, slordig in elkaar geknutseld van pallets en steigerhout.

Ik had het landje nooit eerder gezien. Pas gisteren ontdekte ik dat je bij de begraafplaats ook linksom kan in plaats van alleen maar rechtsom. En aan dat verborgen pad ligt het landje.

Het landje is ingeklemd tussen het voedselcentrum, mijn woonwijk daarachter, de begraafplaats en een kanaal. Het is omheind door een vriendelijk ogende maar robuuste betonnen schutting die op de jaren vijftig lijkt, afgezien van wat Nazi-Duitsland-achtige elementen zoals prikkeldraad aan de bovenkant – hoewel het merendeel daarvan is weggeroest.

Ik voelde letterlijk een fysieke opluchting door mijn lichaam gaan. Een landje! Ongebruikte ruimte! Middenin Amsterdam, waar elke centimeter grond wordt volgebouwd en volgestouwd om de woningnood te bestrijden. Een plek, zo stel ik me voor, waar mensen soms naartoe gaan om een vuurtje te stoken en zomaar wat op die bank te hangen. Waar de sterren zichtbaar zijn in de avondlucht omdat er geen lantaarnpalen zijn en waar het ook wel een beetje spannend is, want je weet maar nooit welke duistere zaakjes zich in deze schemer afspelen.

Ongebruikte ruimte, grond zonder nut, een perceel dat niet bouwrijp wordt gemaakt maar aan de elementen werd overgelaten – een landje – is vrije ruimte . Het is niets, het wordt misschien ooit iets, maar voor nu mag het zijn wat het wil. Uitlaatgebied. Hangplek. Picknickstrand. Huttenbouwlocatie. Rommelhoek. Kerstbomendump. Onaf en lelijk.

Als persoon ben ik vrij gestructureerd en netjes. Dat komt doordat het in mijn hoofd vaak ‘druk’ is. Als ik mijn spullen niet altijd netjes opberg en niet altijd op dezelfde plek leg, ben ik ze gegarandeerd kwijt en dan loop ik urenlang te zoeken naar sleutels, telefoons, haarborstels, oorbellen en boodschappentassen. In mij  geordende huis sta ik mezelf wel toe om één ‘rommella’ te hebben. Een vergaarbak van troep die ik er gewoon gedachteloos ingooi. Die la is het ‘landje’ van mijn huis. Zonder die la zou mijn huis onleefbaar zijn. Er moet een plek zijn waar iets anders het voor het zeggen heeft dan ikzelf. Noem het ‘de elementen’ of ‘het toeval’: een hermetisch dichtgetimmerd leven is volgens mij een hok zonder bewegingsruimte, zonder spontaniteit, zonder fantasie. Het is heerlijk om af en toe een voorwerp uit die la op te diepen waarvan ik het bestaan vergeten was.

Daarom houd ik een pleidooi voor ‘landjes’. Lief stadsbestuur: geef de Amsterdammers naast betaalbare woningen ook landjes. Landjes zijn als stoffige zolders waar altijd wat te ontdekken en te beleven valt, waar alles mag en niks verboden is omdat niemand met iemand rekening hoeft te houden. De grote bestuurlijke opdracht van tegenwoordig is om de stad leefbaar te houden. Met landjes blijft de stad ook menselijk. En het mooiste is: landjes kosten niks, net als dat olifantenpaadjes ook geen cent extra kosten.

landje

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s