ruimte

 

In een van zijn laatste hoofdstukken over ‘ruimten’ neemt Georges Perec een memo op van het hoofd van de centrale bouwdirectie van de Waffen-ss en de politie te Auschwitz. Het memo betreft een verzoek van ss-Obersturmbahnführer Höss om een groenstrook te laten aanleggen bij de crematoria 1 en 2 van het gelijknamige vernietigingskamp. Daarvoor zijn volgens Höss nodig: ‘200 drie tot vijf meter hoge loofbomen, 100 anderhalf tot vier meter hoge boomspruiten en 1000 een tot tweeënhalf meter hoge heesters ter beschoeiing’. Het memo stamt uit november 1943. Nog geen jaar later moet Anne Frank deze pas aangelegde groenstrook hebben gezien toen ze haar ogen liet rondgaan over de locatie waar ze hoopte te leven maar verwachtte te sterven.

Het Achterhuis. Dagboekbrieven. 
12 juni 1942 - 1 augustus 1944
 Anne Frank (2015 - 78ste druk)
 Prometheus, 302 pagina's
 Dagboek

Ruimten rondom
 Georges Perec (1974)
 De Arbeiderspers, 155 pagina's
 Filosofische overdenkingen

Wat is (een) ruimte? Volgens Georges Perec is dat de plek waar je op dat moment leeft, in vrij letterlijke zin: je directe omgeving. Het papier waarop je schrijft of de url van je blog, de hoek van de kamer waarin je zit, de straat buiten je raam – tot in extremis door te trekken tot ‘het universum’ en wat daarna komt, misschien de oneindigheid.

Het leven van Anne Frank wordt met name getekend door ruimten waartoe zij veroordeeld was. De noodgedwongen verhuizing van Frankfurt naar Amsterdam, de noodgedwongen onderduik van het Merwedeplein naar de Prinsengracht, de tocht in een volle trein naar de vernietigingskampen; de bladeren van haar dagboek waaraan ze haar diepste gedachten toevertrouwde – waarschijnlijk de kleinste ruimte die ze kende maar wél de ruimte waarin ze het meest vrij kon bewegen, waarin zij het voor het zeggen had en kon doen en laten wat ze wilde. Anne noemde deze ruimte Kitty.

Meer nog dan een hartsvriendin was Kitty een brievenbus waarin Anne haar zorgen, dromen, verlangens en angsten deponeerde. Het dagboek was voor Anne een dieper (of hoger?) gelegen schuilplaats in het Achterhuis, een privéplek die minder begrensd was dan de te korte sofa die dienst deed als bed.

Jammer, toch, dat de dagboeken en brieven van de andere Achterhuisbewoners verloren zijn gegaan.

Wat Georges Perec in zijn boek over kamers, huizen, gebouwen, pleinen, steden en landen buiten beschouwing laat is ruimte die ‘onstoffelijk’ is, maar toch zeker een ruimte vormt. Daar zijn er meerdere van te bedenken, zoals ‘intieme ruimte’ (de ruimte om een lichaam heen waartoe vertrouwelingen toegang hebben, in zekere mate, en vreemden in het geheel niet – deze ruimte werd door de nazi’s ernstig geschonden), ‘bewegingsruimte’ (de ruimte waarin het een persoon is toegestaan om zich van de ene plek naar de andere te begeven – ook geschonden door de nazi’s), ‘psychische ruimte’ (van normale en psychotische mensen) of ‘narratieve ruimte’ (de verhalen of geschiedenissen die een zekere ruimte kleuren, invullen en betekenis geven). ‘Perceptieve ruimte’: dat een groen vlak ook een grasveld kan zijn, en met een pion erop een parcours, of met meerdere pionnen naast elkaar een weiland waar een misdaad is begaan.

(Tussen haakjes is één van de leukste ideeën in Ruimten rondom de idee van een ‘nutteloze ruimte’, een ruimte die helemaal nergens toe dient. Er zijn kunstenaars die zo’n ruimte hebben getracht te creëren uit het niets tot het niets – echter, elke afperking schept juist ruimte die tot nut kan zijn, al was het maar als vacuüm of kunstwerk. Wat mij op het idee heeft gebracht dat een ‘nutteloze ruimte’ zeker niet ‘leeg’ kan zijn omdat aan leegte elk denkbare bruikbaarheid kan worden toegekend. Maar dit terzijde.)

(Nog iets tussen haakjes. Het beeld dat mij altijd is bijgebleven, sinds ik Anne Franks dagboek voor de eerste keer las als meisje van negen, is wanneer zij met haar familie naar de schuilplaats gaat, gehuld in vele lagen kleren over elkaar heen. Al je kleren over elkaar heen aantrekken omdat je geen koffer kunt dragen. – Al je kledij tegelijkertijd aan hebben. Hoe zou je die ruimte noemen? Is er een naam voor? ‘Totaal-garderobe-dracht?’ ‘Survival-gear?’ ‘Exo-textiles-protection-unit?’ ‘Wearable-luggage-suit?’ Maar ook dit terzijde.)

(Tussen haakjes is een fijne ruimte.)

De belangrijkste onstoffelijke ruimte die Perec niet noemt is akoestische ruimte. Meer nog dan door gordijnen, muren, vloeren, daken, schuttingen, omheiningen, plaveisels, groenstroken, hangsloten, prikkeldraad en grenzen worden ruimten gemarkeerd door geluiden. Jouw huis is zo groot als de herrie van je buren. Of het verkeer dat voorbij raast, dichtbij en in de verte, de beierende klokken in de Westertoren, vogels die fluiten in de vers aangelegde groenstrook. Hoe minder geluid, hoe heiliger de plek. Of hoe onheilspellender, dat kan ook.

Ik kan me voorstellen dat de slachtoffers in de vernietigingskampen het meeste waren aangedaan wanneer ze weinig hoorden, wanneer er geen stemmen schreeuwden, geen nummers werden opgeroepen, er niet over eten werd gepraat, geen kreunen ontsnapten uit de kelen van de zieken; wanneer ze alleen de wind hoorden, de vroegste vogels, het zachte gesnurk vlak naast hen en het gesuis in hun eigen oren. Toen moeten ze het sterkst hebben teruggedacht aan andere ruimten, veiliger ruimten die verdwenen waren, of beter gezegd, waaruit zij verdwenen waren. De slaapkamer in het ouderlijk huis, de eetzaal in de club, het koffiecafé aan het plein, de tuin met uitzicht op de bergen in de verte, de keuken met het warme fornuis, de vensterbank met geblindeerde ruiten waarachter het silhouet van een grote kastanjeboom zich vaag laat zien, als een ruw groen vlak.

Ik denk niet dat veel kampslachtoffers de kreten in de gaskamers hoorden, tenzij ze er zelf in zaten of de deuren moesten dichtpersen. Ikzelf hoor de speelplaats aan de overkant van mijn straat al nauwelijks, laat staan de sporthal daar pal achter. En toch hoor ik zowel speelplaats als sporthal wanneer ik me flink inspan. Dan betreed ik weer een andere een ruimte die Perec nauwelijks bespreekt: fictieve ruimte. De ruimte van de verbeelding. En hoe wezenlijk die kan zijn. Die wezenlijk was voor Anne Frank, hopelijk tot haar laatste ademteug.

Ruimte als concept, ruimte als plek om te leven
Week 51, 2015

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s